(14) .Met Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld op jacht naar de schat in ´s-Gravenhage (Den Haag).
 
Onze Maarten van Rossum is inmiddels opgeklommen tot Maarschalk in het leger van Karel van Gelre en van die gelegenheid is de enige bekende foto overgeleverd van onze Maarten.........
 
 
De bisschop Hendrik van Beieren landsheer van Utrecht was echter niet gezind zijn stad en land zonder meer prijs te geven......de wegen naar de stad werden bezet.....de korenmolens in den omtrek afgebroken.....het vee weggevoerd......In Utrecht zou spoedig gebrek komen.......
Bovendien werd de waterweg versperd door bij Vreeswijk een versterking aan te leggen........en de bisschop bezette het klooster van Vredendaal bij Utrecht.......versterkte dat....en bedreigde van daaruit de stad.......
Voor Maarten van Rossum die Utrecht bezet hield was het van het grootste belang dat Vredendaal vernietigd werd.
Met geweld kon hier niets bereikt worden.....geen geschut en slecht weer......Hier moest een list gebruikt worden....In overleg met Karel van Gelre werd een plan bedacht.....Karel van Gelre zou met vierduizend voetknechten en duizend man ruiterij van De Bilt tegen Vredendaal oprukken......tegelijkertijd moest Van Rossum met zijn troepen den vijand van de andere zijde aanvallen......
Een bode moest dezen brief bezorgen en kreeg opdracht te zorgen dat het schrijven de soldaten van den bisschop in handen zou vallen....
De bisschop kreeg den brief in handen en haastte zich zijn geschut en bezetting uit Vredendaal naar Wijk bij Duurstede over te brengen......Maarten van Rossum zette de weg trekkenden met zijn hele ruiterij na.....het kwam tot een achterhoede gevecht.....waarbij de bisschoppelijke troepen grote verliezen leden......
Nu moest ook gepoogd worden de sterkte bij Vreeswijk te nemen......hij liet het bericht uitstrooien dat er schepen met manschappen en krijgsvoorraad de Lek afzakten......liet schanskorven en stormladders op wagens laden....Bij de Utrechtse burgerij bestond echter geen animo om mee te vechten.....en hij kon zijn garnizoen niet geheel van de stad ontblooten........Op het moment van de aanval begonnen zijn huurlingen te muiten........Van Rossum moest onverrichter zake terugkeren......naar Utrecht......
 
Bisschop Hendrik van Beieren van Utrecht zag in Wijk bij Duurstede het hopeloze van  zijn zaak in.......en toog naar Schoonhoven (15 november 1527)(Verdrag van Schoonhoven) waar hij de wereldlijke  macht over het Sticht overdroeg aan Karel V.........(de vijand van Gelre)......
 

 

De aftakeling van de wereldlijke macht van de bisschoppen heeft sinds de bemoeinis van de Bourgondische hertogen met de Nederlanden versneld plaatsgevonden.......
De winter werd door Maarten en mij in Utrecht doorgebracht........de situatie in Europa was voor  Karel van Gelre verre van vrolijk te noemen......De Franse koning Frans I en bondgenoot van Karel van Gelre leed nederlaag op nederlaag......
 
De Landvoogdes Margareta van Oostenrijk en de regering van Karel V in ´s -Gravenhage dachten er echter niet aan om Utrecht en het Oversticht in handen van Karel van Gelre te laten......Met de grootste inspanning was gelukt een leger van 17000 man bijeen te brengen en onder bevelhebber George Schenk van Toutenburg.......
 
 
werd het Oversticht (Overijssel)....binnen gerukt......stootte door over de Veluwe........het gevaar voor Utrecht werd dreigend......
Nu besloot Maarten van Rossum tot een koenen.......uiterst gedurfde tocht.....
 
In den avond van den vijfden Maart 1528 trok hij de keur van zijn troepen samen even buiten Utrecht........Groot was hun aantal niet.....het waren vijftienhonderd man......versterkt door vijfhonderd bewoners van Utrecht......die gedreven door de hoop op buit en de haat tegen de Hollanders......zich gaarne bij de Gelderschen hadden aangesloten.......
 
Behoedzaam trokken ze voort over den dijk die het  lage land beschermde tegen het water van den Ouden Rijn......ze zijn allen goed bewapend ze dragen hun pieken en hellebaarden over de schouders.....sommigen hebben musketten.....anderen vuurroeren......Ze hebben zo weinig mogelijk bagage bij zich......maar wel kisten met ammunitie....ijzeren potten met vuur.....booten die als ponton bebruikt kunnen worden......
 
 
Maarten van Rossum rijdt te paard tusschen de soldaten in.....hij houdt nauwlettend toezicht.....dat er niet te veel gerucht gemaakt wordt......Fier op zijn ros gezeten....door een ijzeren borstharnas beschermd tegen vijandelijke aanvallen.....den helm op het hoofd is hij overal.....waar zijn hulp noodig zal blijken.....als een lange karavaan trekt de troep in snel tempo voorwaarts.......
Als van Rossum voorgaat volgen zijn mannen.....het is donker op den weg......de richting wordt aangegeven door de fakkeldragers aan het hoofd van de colonne......
Daar zijn ze reeds bij Woerden gekomen....het doel van den tocht hun niet bekend.....zouden ze dat stadje moeten bestormen?.....
De kastelein van Woerden heeft de voortmarcheerende troep ontdekt.....hij heeft zijn maatregelen genomen.....tot zijn verbazing trekken de vijanden om de stad heen.....Klaarblijkelijk zijn ze een aanval van plan op Leiden.......het stadsbestuur wordt door boodschappers gewaarschuwd.......
En inmiddels trekt Van Rossum voort.....HIj is nu genadert tot de Gouwsche Sluis.....de plaats waar de Gouwe zich met den Rijn vereenigt.......daar verspert een blokhuis hem den weg......maar de kleine bezetting van vijftig man zien het nuttelooze van den tegenstand en nog voor er een schot gevallen is slaan ze op den vlucht.......Van Rossum kan ongehinderd voorttrekken......
Als de dageraad den oostelijke hemel begint te kleuren zijn ze ter hoogte van Leiden.....ze buigen af in zuidelijke richting.....
Nu wordt het aan de deelnemers van den tocht duidelijk wat het doel is......Naar Den Haag......hun harten beginnen sneller te kloppen......Daar woont de rijkdom van Holland.....daar is overvloed van goud en zilver......en daar zal veel minder te strijden te zijn......de stad ligt immers open en bloot.....ze heeft geen verdedigingswerken......
Bij Voorschoten werd eenigen tijd halt gehouden.......en de laatste  voorbereidingen getroffen.....Van Rossum verdeelde zijn legermacht in tweeen.....een deel zou over Rijswijk naar Den Haag trekken......het andere deel volgde de landweg van Leiden......Gelijktijdig zou de aanval begonnen  worden.....een boerenwoning die in vlammen opging zou het signaal zijn de stad binnen te rukken.....
 
Het was tegen twaalven....de Hagenaars zaten aan het noenmaal......het was stil en rustig in de stad......Daar hoorde de bevolking het geroffel van trommen....het dreunen van de voetstappen der soldaten.....Troepen van de landvoogdes meenen zij.....hoe worden zij in hun illusie gestoord......´Gelre, Gelre´, hooren ze plotseling de rauwe oorlogskreet van den gevreesden Gelderschen aanvoerder. `Het zijn de Gelderschen, het is de bende van Maarten van Rossum´, roepen de verschrikte Hagenaars elkaar toe.....
Een panische schrik maakt zich van hen meester....in wilde vlucht trachten zij hun leven te redden.....De duinen bieden aan honderden  een schuilplaats....en vandaar trachten zij Delft te bereiken waar ze door hun verwarde verhalen schrik en ontsteltenis brengen......
Inmiddels is in Den Haag het rooven en plunderen begonnen.....geen huis werd gespaard......er was zoveel dat de soldaten niet alles konden  meenemen.....In Den Haag woonden veel handelaren in goud en zilver....veel zijdehandelaars.......in de stad kwamen immers veel edelen uit verre streken en de aanwezigheid der regeering leidde tot herhaald bezoek van gezanten uit verre streken...mannen die graag naar huis kostbaarheden meenamen.....Het was alles een welkome buit voor de Gelderschen......twee dagen duurde de plundering......
 
 
Beladen met fraaie zijden kleederen kwamen de soldaten uit de huizen....ze haastten zich naar de schuitjes die zij meegenomen hadden....laadden die vol en dan gingen ze weer op zoek naar nieuwe schatten.....
Het trok al dadelijk zeer sterk de aandacht dat de Gelderschen zich niet vergrepen aan de goederen van de Landvoogdes......het Binnenhof en het Buitenhof bleven gespaard......al heel spoedig verbreidde zich het gerucht dat de tocht met medeweten van de Landvoogdes was ondernomen......In den avond van 7 maart verliet onze Maarten van Rossum met zijn bende de geplunderde stad.....hij had gedreigd de stad in brand te zullen steken....als men hem niet een losprijs van 28000 gulden betaalde.....Noodgedwongen werd daarin toegestemd....hij kreeg 8000 gulden in handen en de belofte dat het restant hem binnen korten tijd zou worden nagezonden....als een waarborg dat het geld hem inderdaad zou worden uitbetaald voerde hij vier gijzelaars mee...Den negenden Maart was Maarten van Rossum weer in Utrecht.....dagenlang pronkten zijn soldaten met de rijkdommen die zij hadden vermeestert.....sommigen hunner....de grappenmakers tooiden zich met de tabbaarden van de advocaten.....daarvan wilden zij geen afstand doen.....
 
verder, aflevering 15 terug, aflevering 13