(18) .Met Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld en het verdrag van Gorcum (1528).
 
Op het Arnhemse  hof in Gelre teruggekeerd kon Maarten het definitieve Vredesverdrag van Gorcum met zegel overhandigen aan de wat pips uitziende  Karel van Gelre......deze verklaarde ´dag en nacht´ bezig te zijn met  het verkrijgen van ´nakroost´ bij zijn Elizabeth.......
 
(bovenstaande foto van het verdrag van Gorcum is door mij genomen op 19 augustus 2003 in het Gelders Archief in Arnhem)De gegevens van het 'Verdrag van Gorcum' zijn 0239, 'Beschrijving van de Gelderse charters uit München teruggekeerd', aan te vragen als inventarisnummer 101.
 

 

 
De vertaling van bovenstaande tekst uit het oud Nederlands luidt:
 
"Kaerle, verkozen Roomskeizer enz., in de hoedanigheid van hertog van Brabant, voor hem en zijn erven, en op advies van Marguerite, aartshertogin van Oisterrycke enz., rengentes in de landen van herwertsover, enerzijds, en Kaerle, hertog van Ghelre en van Gulick, graaf van Zutphen, heer to Groningen, to Coevorden en van de Drenth etc., anderzijds, begerende de oorlog tussen hen wegen het hertogdom van Ghelre en graafschap van Zutphen, waarop zij beiden recht blijven pretenderen, te beeindigen, zijn overeengekomen inzake de tussen hen bestaande onenigheden, door tussenkomst van hun gezanten, te weten, vanwege de keizer, heer Florys van Egmonde, graaf van Bueren, enz., kapitein-generaal van herwertsover, heer Anthonis van Lalaing, graaf van Hoochstraten enz., stadhouder van Hollant, Zeelland en Vriesland, ridders van de Orde, en Laurens du Blioul, heer van der sart, griffier van de Orde en zijn eerste secretaris en audiencier, en, vanwege de heer van Ghelre, Henrick die Groeff, erfvoogd tot Erckelentz, heer Herman Kiespenninck, doctor in medecinen, raden, Henrick Colart van Lienden, ambtman, etc., en meester Johan Virssen, secretaris, als volgt:
(a) dat de hertog zijn verbintenis met de koning van Vranckerycke en anderen, strekkende ten nadele van de keizer, zal herroepen en dit binnen een maand na de publicatie van dit verdrag aan de koning zal doen weten, en dat bannerheren, ridderschap, steden en lieden van het hertogdom van Gherlre en graafschap van Zutphen binnen zes maanden een dergelijke verbintenis zullen herroepen,
(b) dat de hertog zich in de dienst zal begeven van de keizer tegen diens vijanden, met dien verstande, dat hij niet persoonlijk behoeft te dienen en dat zijn landen daarvoor geen schatting behoeven  op te brengen,
(c)dat de keizer als hertog van Brabant zal goedvinden, dat de hertog het hertogdom en graafschap bezitten zal en na zijn dood zijn wettige nakomelingen in rechte lijn, waartoe de keizer hem het hertogdom en graafschap, benevens zijn rechten daarop, overgeeft, en daartoe zal de keize in dei qqualietie de hertog met het hertogdom en graafschap, zijnde lenen van het Rijk, belenen, onder voorwaarde dat, wanneer de hertog of zijn nakomelingen sterven zonder wetttige nakomelingen, de keizer of zijn erven, hertogen of hertoginnen van Brabant, het hertogdom en graafschap verkrijgen zullen, voor welk geval de hertog reeds nu afstand doet,
(d) dat als de keizer of zijn erven op deze wijze in het bezit van het hertogdom en graafschap komen, benevens van de stad Groningen en Ommelanden, van stad en slot van Coevoirde en van Diepenhem en van het land van Drenthe, de rechetn daarvan bevestigd zullen worden,
(e) dat de eventuele nakomelingen van de hertog, die op volgen zullen in het hertogdom en graafschap, door huwelijk verbonden zullen worden aan bloedverwanten van de keizer of zijn erven, hertogen en hertoginnen van Brabant, indien laatstgenoemden dat wensen,
(f) dat als de hertog minderjarige kinderen nalaat en daarvoor geen voogd heeft gesteld, de Staten ´s lands van Ghelre daartoe iemand uit het land zullen aanstellen,
(g) dat de keizer Hatthem, Harderwijck en Elbourg aan de hertog zal overgeven op bepaalde voorwaarden,
(h) dat de keizer stad, slot en land van Montfort over zal geven binnen een jaar na bezwering van dit verdrag door de hertog,
(i) dat de hertog en zijn nakomelingen de stad van Gronningen en de Ommelanden, de steden en sloten van Coevorde en Diepenheim en de Drenth voor hun leven bezitten zullen als erfgubernators vanwege de keizer als hertog van Brabant en graaf van Hollant, terwijl deze bij ontstentenis van wettige nakomelingen vervallen aan de keize en zijn erven in Brabant en Hollant,
(j) dat de keizer aan de hertog een jaarlijkse toelage van zestien duizend guldens geven zal,
(k) dat de kezer voor de hertog zal bekostigen vijftig `mannen van wapen´ of ´cuiratssen´, makende tweehonderd vijftig mannen te paard, gereed te houden ten dienste van de keizer in deze Nederlanden,
(l) dat omtrent de krijgsgevangenen, brandschattingen, enz., nader omschreven bepalingen van opheffing der verplichtingen zullen gelden,
(m) dat de keizer dertien duizend goudguldens schenkt aan de hertog om door deze naar believen gedistribueerd te worden,
(n) dat allen, die de partij van de keizer of van de heer van Utrecht of van Ghelre hielden, tot hun goederen zullen terugkeren, zonder aanspraak te kunnen maken op de opbrengsten ten tijde van de oorlog, wanneer die toen aan derden gegeven zijn, met nadere bepalingen voor de terugkeer van de ballingen van Utrecht, Zwol en Ryne (Rhenen),
(o) dat de onderzaten van de ene vorst voor hun goederen, liggende in het gebied van de andere, niet hoger belast zullen worden dan de onderzaten van laatstgenoemde, dat zij in het gebied van de andere hun vrijheden van voor de oorlog zullen genieten, en daar vrij mogen verkeren, met nadere bepalingen dienaangaande,
(p) dat de hertog de vorderingen van zestien duizend goudguldens, die hij de Staten van Utrecht geleend zou hebben, en de kopers van de renten, die de Staten van Utrecht verkocht zouden hebben op hun goederen in Ghelrelandt, hun vorderingen langs de weg der justitie mogen trachten te verkrijgen,
(q) dat de keizer krijgsvolk zal mogen werven in het land van Ghelre,
(r)dat oneingheden tussen partijen gebracht zullen worden voor vier goede mannen, twee door elk van beide partijen aan te wijzen, en, zo deze niet beslissen kunnen, voor twee conservators, een door elk van beide parten te kiezen, wier uitspraak, binnen een jaar te geven, gevolgd moet worden op verbeurte van de rechten van de weigerende partij, met nadere bepalingen dienaangaande,
(s) dat de keizer, de regentes bij zijn afwezigheid voor hem, en de hertog, benevens drie ridders van de Orde, drie bannerheren van des keizers Nederlanden en zes van de principale steden van Brabant en Holland, voorts drie bannerheren, drie van de ridderschap en de vier hoofdsteden van het land van Ghelre en Zutphen en de steden van Groningen en van de Drenth het verdag op nader omschreven wijze zullen bezweren en daarvan brieven geven,
(t) dat de keizer, na de bezwering door de hertog en de regentes, naam, titel en wapen van het hertogdom van Ghelre en graafschap van Zutphen niet meer zal gebruiken, zijn rechten bij ontstentenis van nakomelingen van de hertog voorbehouden,
(u) met bepalingen omtrent het nog aanwijzen van degenen, die ook in het verdrag zullen worden begrepen en omtrent de publicatie van het verdrag..
 
Na herlezing van het verdrag werd hertog Karel van Gelre wellicht nog pipser.......en toog met vereende kracht naar zijn slaapkamer.......
daar wachtte zijn Elizabeth op hem......
 
verder, aflevering 19 terug, aflevering 17