(25)  Met Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld ten strijde tegen Antwerpen en René van Châlon.

Keizer Karel V dagvaarde de hertog Willem van Kleef en de Staten op de Rijksdag te Regensburg (jan. 1541). Gelre en Zutphen waarschuwde hun heer niet zelf te gaan, maar een deputatie te zenden met een ´dapperen geschickten redener´. Zij weerlegden de beschuldigingen van Karel V in de dagvaarding punt voor punt en verzochten de belening van de hertog met al zijn landen. De keizer die het thans wegens zijn expeditie tegen Algiers niet op een breuk wilde laten aankomen gaf de zaak aan de keurvorsten aan de Rijn in handen.

De enige overgeleverde foto van Frans I

Koning Frans I verklaarde Karel V opnieuw de oorlog en zocht bondgenoten. Vond die in Denemarken, Zweden en in de hertog van Gelre. De Turken onder leiding van Sultan Soliman dreigden opnieuw Europa binnen te vallen. Heel Europa moest gemobiliseerd worden en ook Willem van Kleef scheen besloten te hebben een leger tegen den Turk uit te rusten. Koning Frans I mocht ingevolge de overeenkomst troepen werven in Willems landen en hij maakte daar ruim gebruik van. Maarten van Rossum kreeg het bevel deze troepen te werven. Honderden jonge edellieden, begerig naar roem en eer, schaarden zich onder de vanen van Van Rossum. Hij had nu veertien duizend man voetvolk en twee duizend ruiters. Maar anders dan Willem van Kleef dacht rukten de troepen niet op richting Wenen maar werd koers gezet dwars door Brabant richting Antwerpen. Op 16 juli 1542 trok van Rossum vergezelt door de Heren van Longueval en Van Welle bij Grave over de Maas. Oosterwijk, Tilburg en Gilze werden overlopen en het dorp Alphen platgebrand. In Breda begonnen de alarmbellen te rinkelen en de ambitieuze Heer van Breda,

René van Châlon liet al zijn krijgsvolk uit Holland bijeen komen. Zijn kapitein Lubert Turck en Struys met hun voetknechten en tien vaandels onder den oversten Burmannia werden in gereedheid gebracht. Maarten van Rossum rukt op naar Hoogstraten en neemt  het in. De bevolking van Hoogstraten zoekt zijn toevlucht binnen de muren van het kasteel.

Na het overlijden van zijn oom  Antoon de Lalaing 1540 volgde Filip de Lalaing hem als tweede graaf van Hoogstraten op, en liet hij de verbouwingswerken verder zetten.

De graaf Filip van Lalaing is zelf niet aanwezig en de drossaard (beheerder) wist het onheil van de belegering af te wenden in ruil voor een paar stukken vesting geschut en een beurs goudstukken. Voor de bescherming moest de bevolking nog jarenlang brandschatting en oorlogsbelasting betalen.

De enige overgeleverde foto van René van Châlon

Als René van Châlon verneemt dat Maarten van Rossum van zins  is Antwerpen te nemen bedenkt hij zich geen moment en rukt op met zijn drie duizend man voetvolk en zijn vierhonderd man te paard richting Antwerpen.

Als Maarten dat hoort spoed hij zich met zijn troepen naar Brasschaat en legt een hinderlaag voor de oprukkende Bredase Heer.

 Hij laat zijn voetvolk achter de heggen op de akkers verstoppen. De ruiters stelt hij bedekt op achter een kasteel. Vierhonderd ´zwarte deense´ ruiters laat hij op de heide als provocatie verschijnen. De prins Van Châlon geeft zijn voetvolk opdracht om de ruiters aan te vallen. De Rossumse ruiters kiezen het haazepad via de Brasschaatse straat door het voetvolk achternagezeten. Dan geeft van Rossum zijn voetvolk dat in de hinderlaag ligt het teken om de vijand aan te vallen. Naar het schijnt zijn 1000 soldaten van Châlon hierbij gedood en 2000 gevangen genomen.

René van Châlon met zijn ruiters kiest  het haazepad richting Antwerpen om zich daar achter de vestingmuren te verschansen.

De stad Antwerpen is op het ergste voorbereid. Al enkele maanden voordien schijnt Maarten van Rossum incognito de paardenmarkt van Antwerpen bezocht te hebben en onderwijl de sterke en zwakke punten in de vestingmuur van Antwerpen gezocht te hebben. Met zijn troepen zonder zwaar geschut (want die had hij van zijn Kleefse broodheer niet meegekregen om Karel V niet extra te provoceren) zou het onmogelijk zijn de vestingmuur van Antwerpen te nemen. Hij gooit het over een andere boeg en laat een heraut  het stadsbestuur van Antwerpen weten dat Keizer Karel V op den tocht naar Algiers door schipbreuk verdronken is. En of ze maar over willen gaan naar Frankrijk en Denemarken welke legers nu de machtigste zijn.  De Antwerpenaren geven een kort maar krachtig afwijzend antwoord. Van Rossum is woedend en koelt zijn woede op de omgeving van Antwerpen. De oogst, korenmolens, boerderijen, kloosters en kerken moeten er aan geloven. Op 27 juli 1542 trekt Maarten van Rossum zich terug met zijn enorme troepenmacht,

De aftocht van Van Rossum buiten de muren van Antwerpen.

en stoomt op naar een andere neembare buit, lees stad in het verfoeibare habsburgse Nederland.

 

verder, aflevering 26 terug, aflevering 24