(26)  Met Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld en de belegering van Leuven.

Na de aftocht bij Antwerpen werd Oostmalle overlopen en het daar gevestigde kasteel veroverd. Langzamerhand werd het de landvoogdes Maria van Hongarije duidelijk wat de tactiek was van de aanval  van de Geldersen, Fransen en Denen op de lage landen.

Maria van Hongarije (de zus van Karel V) had in maart 1531 de op 1 december 1530 de (51 jaar oude) overleden Margareta van Oostenrijk  opgevolgd als landvoogdes van de nederlanden.  De Fransen troepen rukten op onder leiding van de hertog van Vendôme om Artesië, Vlaanderen en Henegouwen in te nemen. Een andere Franse legermacht onder leiding van de hertog van Orléans rukte op om Luxemburg in bezit te nemen. De Deense koning Christiaan III hield met een vloot het nederlandse en vlaamse kustgebied onder controle. Maar de meeste dreiging ging uit van de Gelderse krijgsoverste Maarten van Rossum die het Brabantse land binnenviel. Later bleek dat het verdelingsplan aan deze aanval op 4 fronten als volgt zou moeten uitpakken. De bewoners van Gent waren enkele jaren ervoor door Karel V met harde hand  tot de orde geroepen en tot hoge belastingen verplicht. De coalitie tegen Karel V speculeerde erop dat de opstandige steden met name Gent en Antwerpen nu partij zouden kiezen voor de tegenpartij van Karel V. Dit bleek een misrekening vandaar dat Antwerpen zich weigerde over te geven aan Maarten van Rossum. (Als het plan wel doorgang had gevonden dan was Artesië, Vlaanderen en Henegouwen toegevallen aan Frans I koning van Frankrijk. Brabant zou toevallen aan de hertog van Gelre, Willem van Kleef. Holland, Zeeland en Friesland zouden toevallen aan de deense koning Christiaan III.)

Toen het Maarten van Rossum duidelijk was dat de franse troepen in Vlaanderen onvoldoende vooruitgang boekte brak hij de belegering van Antwerpen op. De troepen van Maarten van Rossum trokken zuid-oost waards richting Leuven.  Maria van Hongarije de Landvoogdes die zetelde in Brussel was de wanhoop nabij. Ze smeekte haar broer Keizer Karel V om troepen te sturen maar dat kon nog wel enige tijd duren. Voorlopig stond haar niets anders te doen om milities te vormen. Landheren kregen opdracht  om infanterie en cavalerie te rekruteren. De stad Leuven wachtte met spanning op de versterkingen die Maria hen had toegezegd. Maar helaas, op 2 augustus bereikten de troepen van Maarten van Rossum de stad Leuven en sloegen hun kamp op bij Ter Banck..  De stad had kanonnen maar geen krijgsheren en de schepenbank leek niet in staat een samenhangende verdediging te organiseren. De studenten van de stad en met name de moedige rector Damião de Góis waren, anders dan het stadsbestuur, niet bereid zich zonder meer over te geven. Onder die studenten bevond zich Gerard Kremer de latere wereldberoemde cartograaf Mercator die in Leuven zijn

 Gemma Frisius

lessen volgde o.a. van Gemma Frisius zijn wiskunde leraar. Stonden Gemma Frisius en Mercator samen op de stadswallen?

De Baljuw van Brabant en de kapiteins zagen dat de stad niet te verdedigen viel tegen deze overmacht en  boden Maarten van Rossum geld aan als ze vertrokken. Een uitwisseling van herauten formaliseerde het besluit om te onderhandelen en De Góis werd samen met drie anderen afgevaardigd uitgezonden om met Maarten en de Longueval te onderhandelen over een overgave.

Toen De Góis uit het vijandelijke kamp terugkeerde met de condities voor de overgave, had de Franse heraut de Longueval geinformeerd dat het stadsbestuur van Leuven de moed in de schoenen gezonken was en de verdediging niets voorstelde. Weer teruggekeerd naar de Longueval kregen de vier Leuvense onderhandelaars te horen dat de afkoopsom om de stad te sparen inmiddels verhoogd was. Deze keer kwamen maar drie van de onderhandelaars naar Leuven terug. De Góis bleef in het vijandelijke kamp (later vertelde hij dat hij was gebleven om de noorderlingen ervan te weerhouden de stad aan te vallen).

Intussen was het bonte invasieleger begonnen samen te drommen voor de gracht en de stadswal bij de Brusselse Poort.

Plotseling openden de studenten vanaf de kantelen het vuur. Er vielen slachtoffers en de rest trok in wanorde terug. Een pandemonium brak uit op de stadswallen. Ontsteld door de consequenties van het verbreken van de wapenstilstand probeerde de burgemeester van Leuven, heer van Blehen, het vuren te stoppen door de stadspoort uit te rijden. Staande voor de wallen gaf hij de studenten bevel het vuren te staken. Toen ze weigerden, galoppeerde hij naar Ter Banck, waar hij tot de ontdekking kwam dat De Góis de Longeueval en Van Rossum er al van had overtuigd dat het vuren te wijten was aan de plotselinge komst van Maria´s lang verwachte ontzettingstroepen. Overtuigd dat het beleg gebroken was, stelde de Longueval aan zijn commandanten

voor om Leuven te verlaten en verder naar het zuiden te trekken voor een ontmoeting met het leger van de hertog van Orléans (later zouden Maarten van Rossum en Longueval toegeven dat ze nog een andere reden hadden om het beleg op te heffen, namelijk de vrees dat hun mannen zo verzadigd zouden raken van de reusachtige rijkdommen van de stad dat ze geen zin meer hadden hun aanvoerders naar Frankrijk te volgen).

Een spoor van smeulende gebouwen achterlatend verdween de invasiemacht in het heuvelland achter de bossen van Heverlee, op weg naar Yvoy voor de lang verwachte aansluiting met de hertog van Orléans.  Adriaan van Blehen, de burgemeester en Damião de Góis,  de studentenleider, werden beiden als gegijzelden meegevoerd. De stad kon hun terugkrijgen tegen betaling van 70000 goudkronen. Dit weigerde de stad uiteindelijk met als argument dat ze geen helden waren maar slachtoffers van hun eigen roekeloosheid.

 

verder, aflevering 27 terug, aflevering 25