(27)  Met Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld en de slag om Sittard.

Adriaan van Blehen, de burgemeester van Leuven werd na enkele maanden toch vrijgekocht voor 2000 goudkronen. Damião de Góis,  de studentenleider, werd afgevoerd naar Picardië.

De landvoogdes Maria van Hongarije zon uiteraard op wraak tegen de hertog van Gelre, Willem van Kleef.

Wie anders dan haar getergde stadhouder van Holland René van Châlon

kon haar wraak inhoud geven. Met een troepenmacht bestormde hij op 30 september 1542 het gebied van Gulik en berichtte zij aan Arnhem dat de keizer de oorlog verklaard had aan de hertog van Kleef, met een aansporing haar broeder (Karel V) ten spoedigste als heer te erkennen. Zonder veel tegenstand werden Düren, Gulik, Heinsberg en Sittard ingenomen

Onze Maarten bevond zich op veilige afstand. Samen met zijn troepen en Franse bondgenoten had hij de stad Luxemburg ingenomen.

De Landdag van Gelre nam op 21 november uitgebreide financiële maatregelen om de door hen zelf gekozen heer (Willem van Kleef) te steunen. Maria van Hongarije daarentegen kon de betaling van haar leger niet volhouden. Terwijl zij een wapenstilstand trachtte voor te bereiden trokken haar troepen al uit Gulik weg. Düren werd teruggewonnen door de Geldersen en Heinsberg belegerd. De winter van 1542-1543 bracht aan Willem de hulp van een regiment van zijn zwager de hertog van Saksen, die streefde naar een erkenning als opvolger in Gulik-Gelre.  Willem van Kleef weigerde de door zijn gezanten te Neurenberg reeds ondertekende wapenstilstand aan te nemen. Weifelend overwoog hij toch de reformatie in te voeren teneinde steun van de protestantse vorsten te verkrijgen. Steeds had hij de verbinding met Maarten van Rossum ontkend, maar nu stelden zowel de bevriende keurvorsten als het leger de eis dat de hertog zelf meer in het veld zou zijn, en nog beter was het de leiding aan Maarten van Rossum over te geven.

Maarten staat reeds in de startblokken. Hij rukt aan het hoofd van zijn vendels op in de richting van Maastricht. Dicht bij de stad verenigt hij zich met Meindert van Ham en krijgt zo een leger van 18000 man voetvolk en 2000 ruiters tot zijn beschikking. Het is nog hartje winter (januari) en dan belegert hij Heerlen. Dat beleg moet hij opbreken. Het bericht daarvan vervult de bewoners van Brabant met ontzetting. Ze vrezen een herhaling van de inval van vorig jaar. Mechelen zorgt voor de versterking van zijn vestingwerken. Leuven vraagt de landvoogdes om garnizoenen. Tegen de dreigende aanval neemt zij maatregelen. Philips van Croy, hertog van Aerschot wordt aan het hoofd van het leger gesteld en krijgt opdracht naar Zuid-Limburg op te rukken. Het doel van zijn tocht is Sittard, dat in het bezit is van de Geldersen. De stad wordt verdedigd door zes vendels infanterie. Dit garnizoen leefde van de boeren in de omtrek. In Brussel wist  men dat het in drie of vier maanden geen soldij had gehad, daarom hoopte men er spoedig mee klaar te zijn. Als Sittard viel zou Roermond zich niet kunnen handhaven. Gevaarlijk was de onderneming wel. De keizerlijke troepen telden 10000 man voetvolk en 2400 ruiters, aanzienlijk minder dus dan het leger van Van Rossum. En deze was zeker van zijn mannen. De strijd was hun welkom, leverde hun altijd aanzienlijke buit. Bovendien mocht van Rossum verwachten dat de koning van Denemarken een inval zou doen in Holland, waardoor de hertog van Aerschot verplicht zou worden naar Holland te trekken.

De 20ste maart was Van Aerschot bij Maastricht en rukt aan het hoofd van zijn troepenmacht op in de richting van Sittard. Makkelijk was de tocht niet. Een ´trein´ van 1500 karren, beladen met proviand en ammunitie en enige kanonnen moesten meegevoerd worden. De wegen waren slecht, de bevolking vijandig gezind. Het is te begrijpen dat de troep uiterst langzaam vooruit kwam. Het eerste doel was het ontzet van Heinsberg dat door de Geldersen belegerd werd. Daarin slaagde men. De vijand vluchtte op de nadering van de keizerlijken. Het weer was inmiddels heel slecht geworden, herhaaldelijk viel er sneeuw en ´s nachts vroor het. Een aantal manschappen stierf van de koude. De 23ste maart was hij voor Sittard. De volgende dag deed hij een verkenningstocht, die tot een vinnige schermutseling aanleiding gaf met een deel van het garnizoen. Op 25 maart stonden de beide legers in slagorde tegenover elkander. Meindert van Ham voerde de Geldersen aan. Een paar kilometer van Sittard lag een klooster. Daar had Willem van Kleef zijn hoofdkwartier en daar was ook Maarten van Rossum die de slag tot in de puntjes had voorbereid. Telkens kwamen er boodschappers op schuimbekkende bezweette paarden met mededelingen over het verloop van de slag. Zij vertelden dat de hertog van Aerschot de Geldersen cavalerie had aangevallen en die teruggeslagen had tot aan de verdedigingswerken van Sittard.

Tijdens de achtervolging was de infanterie de slag begonnen en die had een heel ander verloop. Een korte tijd was er een vuurgevecht. Dan kregen de keizerlijken opdracht om op te rukken. Zij marcheerden enige ogenblikken in de richting van de vijand. Plotseling ontstaat er onder hen een paniek en in wilde vaart slaan zij op de vlucht. Zij snijden de touwen los van de trekpaarden van de kannonnen, werpen zich er op en ijlen naar Maastricht. De lichte cavalerie werd meegesleurd. Slechts een driehonderd mannen houden stand en dezen worden door de vijand vernietigd. Toen Aerschot van Sittard terugkwam, trachtte hij nog een uur lang stand te houden, doch hij was genoodzaakt af te trekken. In het klooster waar hertog Willem van Kleef en Maarten van Rossum waren, daverde het gejuich, telkens wanneer er weer een boodschapper binnen kwam. De gehele artillerie van de vijand was in handen van de Geldersen gevallen. Bovendien een grote hoeveelheid ammunitie. Het was een schrale troost voor de keizerlijken dat er een groot aantal officieren van de vijand gesneuveld was. 

De enige overgeleverde foto van Maria van Hongarije....

Maria van Hongarije zag het goed in: "Deze overwinning zal de vijand bemoedigen, wij zullen weldra van verschillende kanten aangevallen worden". In Frankrijk was er grote vreugde over deze overwinning. De Koning gaf bevel dat er een openbare dankdag gehouden zou worden.  Ook in Gelre was er uitbundige blijdschap.

 

verder, aflevering 28 terug, aflevering 26