(30)  Met Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld en de slag om Düren.

Terwijl Willem van Kleef droomde van zijn bruid Johanna d´Albret die hem door Frans I koning van Frankrijk toegezegd

was rukte Karel V over de Alpen op. Door het succes bij Sittard en de bemoedigende verhalen van de vernedering van Brabant was zij de reis begonnen op weg naar haar gemaal in het verre Gulik-Kleef-Gelre. Keizer Karel V was Duitsland reeds ingetrokken.  Zijn leger telde 14000 man duitse voetknechten, in korte tijd uit dorpen en steden geworven en 8000 italianen en spanjaarden. Uit Brabant rukte een leger groot 12000 man voetvolk en 4000 ruiters,

aangevoerd door René van Châlon prins van Oranje op.  Zo beschikte Karel V over nagenoeg 40000 man. Bevelhebber van het leger werd Ferdinand de Gonzala, onderkoning van Sicilië, die ook in Algiers het leger had aangevoerd voor Karel V.

Met snelle marsen rukten de troepen op naar Düren, de sterkste stad van Gulik.

Düren was omringd  door hoge muren, sterke wallen en dubbele grachten. De bezetting telde 2000 man, de burgerij gaf de bezetting in ijzeren volharding niets toe. De ligging van de stad was zodanig dat er met geschut weinig te bereiken was. Onmiddelijk na de omsingeling begonnen de schermutselingen en die waren aanvankelijk in het voordeel van de bezetting. Deze hoopte bovendien op de komst van Maarten van Rossum, het gerucht ging namelijk dat deze tot ontzet aanrukte. Dat gerucht was echter ook de keizer ter ore gekomen. Karel V was echter vast besloten de stad in te nemen voor de gevreesde aanvoerder gekomen was.

Na een korte beschieting begon de bestorming. Zonder onderbreking werden de troepen naar de wallen gevoerd en daar werd grimmig met grote verbittering gevochten. Onafgebroken golfden de aanvallende afdelingen naar de muren. De grachten werden gevuld met gesneuvelden. Twee dagen duurde de bestorming. Van beide zijden gaf men geen krimp. Toen werd een huis waarin de bevelhebber van het garnizoen zich bevond door het geschut getroffen. Alle zich daarin bevindenden vonden de dood onder het neerstortend puin. Nog hielden de verdedigers stand maar tegen de overmachtige vijand konden zij het niet bolwerken. De keizerlijken behaalden na twee dagen stormen de overwinning. Burgers en soldaten werden allen gedood, de stad geplunderd en in brand gestoken.

Dürens lot verspreidde schrik en ontzetting. Geen enkele stad durfde zich meer te verzetten. Gulik opende zijn poorten. Roermond, een van de voornaamste steden van Gelre waagde het niet zich te verzetten. Venlo bood een paar dagen tegenstand maar gaf zich daarop gewonnen. De gelderse legerbendes verliepen, stoven weg naar alle zijden, tegen het machtige keizerlijke leger was immers niets bestand. De bevelhebbers van Arnhem en Nijmegen boden aan de keizer  hun onderwerping aan.

Willem van Kleef vertoefde tijdens het beleg in Düsseldorf en was door de tijding van de val van Düren verpletterd. Daar ontving hij ook het bericht van de overgave van Venlo. Nog niet lang geleden had hij de burgers van Gelre vermaand als één man tegen de vijand te strijden. Maar door de tegenslagen was hij geheel omgekeerd. Hij was ´getemd en als bedonderd´ en achtte alleen zijn heil gered in de blote genade van de Keizer.

Om die te verwerven wendde hij zich tot Réne van Châlon prins van Oranje, met het verzoek om op zijn voorspraak de keizer te mogen ontmoeten. Deze was onmiddelijk bereid om de ´smekeling´ te ontvangen. Er was immers nu een kans om een eind te maken aan deze heilloze oorlog.

 

verder, aflevering 31 terug, aflevering 29