(31)  Met Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld en de knieval van Willem van Kleef.

De keizerlijke troepen hadden hun kampement rond Venlo opgetrokken. In het midden van het uitgestrekte kamp, gevormd door honderden tenten, staat de grote prachtige tent van de keizer Karel V. Fier wappert de bourgondische banier aan een hoge vlaggestok. Voor de tent staan de schilddragers, het voordoek is opgeslagen. Op een fraaien zetel zit de keizer in een scharlaken rode mantel gehuld. Hij heeft de scepter in de hand en om hem heen geschaard de grootwaardigheidsbekleders gedost in hun fraaiste kleding en schitterende wapenrusting. Daar staan zijn legeraanvoerders Ferdinand de Gonzala, Réne van Châlon prins van Oranje, daar staat ook een jonge edelknaap, tien jaar oud, een gunsteling van de keizer, de prins (Willem) van Oranje.  Het is 7 september van het jaar 1543. Een dag eerder is Willem van Kleef gearriveerd. De keizer is in een goede stemming. Vandaag zal er een gewichtige gebeurtenis plaats grijpen. Het wordt een historische dag. Het laatste van de zeventien gewesten, Gelre, zal zich aan zijn heerschappij onderwerpen. Er zal een eind komen aan de grimmige oorlog, die zo lang deze landen geteisterd heeft. Willem van Kleef komt zijn onderwerping aanbieden en zal afstand doen van zijn vermeende rechten op Gelre.

Réne van Châlon en de hertog van Brunswijk voeren Willem van Kleef met acht van zijn voornaamste edellieden voor de keizer. Met grote belangstelling kijken alle aanwezigen naar de binnen getredenen, vooral naar de geduchte veldheer Maarten van Rossum. Het wordt stil in de tent, het grote ogenblik is gekomen. Willem buigt de knie, ziet smeekend op naar de keizer en dan bidt hij om vergiffenis, ´voorwendende meest de jaren van zijn brosse en onbesuisde jonkheid, welke iemand lichtelijk van het rechte wagenspoor afbrengen´, hij belooft dat zijn schuld en misdrijven door een volstandige trouw jegens de keizer gebeterd en uitgewist zullen worden. De keizer geeft niet onmiddellijk antwoord, laat hem enige ogenblikken in spanning op zijn beslissing wachten. Dan antwoord hij op het verzoek: dat hij, in aanmerking nemende zijn betuiging van gehoorzaamheid ter ere van God, waartoe hij al zijn aanslagen richtte, ook op voorspraak van de rijksvorsten, maar meer uit een ongeveinsde zucht tot vrede en om alle onheilen te verhoeden, welke uit deze oorlog voortkwamen, zijn verzoek genadig aanneemt en hem vergiffenis schenkt.

De voorwaarden waren hard. Willem moest zijn bondgenootschap met Denemarken en Frankrijk verbreken. Beloven nimmer een verbintenis aan te gaan tegen de keizer. Afstand doen van zijn rechten op Gelre en Zutphen. Zijn bevelhebbers ontslaan van de eed van trouw aan hem afgelegd. De keizer als zijn heer en meester erkennen. Willem van Kleef kon niet anders doen dan zich onderwerpen. Willem van Kleef werd uitgenodigd om mee aan te zitten aan de dis van de keizer. Daarna kon de diep vernederde hertog naar zijn erflanden terug keren. Hij had voorgoed zijn bezittingen Gelre en Zutphen verloren. Hij had de vriendschap van Frankrijk verspeeld en ook zijn bruid Johanna  d´Albret ging voor hem verloren.

In Soissons gekomen vernam Johanna dat hertog Willem ´bereeds op de knieën was´. De tijding wekte grote verontwaardiging. Met zulk een kleinmoedigen en lafhartigen man wilde Johanna niet in het huwelijk treden. Zij keerde terug naar haar ouders.  (Later huwde zij met Anton van Bourbon en werd de moeder van Hendrik IV, koning van Frankrijk)

Op de samenkomst in Venlo is ook over Van Rossum gesproken. De keizer was er de man niet naar om zijn tegenstanders te onderschatten. Hij wist dat Van Rossum een van de beste van de meest gevreesde legeraanvoerders van zijn tijd was. Kon hij die voor zich winnen dan had hij een goede slag geslagen. De adviseurs  van Karel V hadden hem aangeraden Maarten van Rossum aan zijn dienst te verbinden, daar deze om zijn krijgswetenschap en bijzondere ervaring in het stuk van legers te voeren, hem en zijn land merkelijk voordeel kon aanbrengen. Voor Van Rossum was de weg open om zich onder Karel te stellen. Hij werd door Willem van Kleef van zijn eed ontslagen. De keizer nam hem daarop als een bedreven en kloek veldheer  in zijn besoldinge aan.

 

verder, aflevering 32 terug, aflevering 30