(37) Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld en de oorlog tegen Frankrijk en de ´verovering´ van Parijs

 

In 1551 bevond Maarten van Rossum zich aan het Hof in Brussel. De oorlog met Frankrijk kondigde zich aan. Er moesten voorbereidende maatregelen genomen worden. Maarten van Rossum krijgt de opdracht een leger aan te werven.

De keizer die dacht almachtig te zijn werd nu onverwachts door vijanden omringt. Maurits van Saksen, de duitse vorst verteerd door wroeging over zijn verraad, verbitterd op den Keizer, die zijn beloften niet nagekomen was, knoopt onderhandelingen aan met den Koning van Frankrijk, Hendrik II. Het verbond tussen Frankrijk en de Duitse protestanten werd gesloten in januari  van het jaar 1552.

Hendrik II deelde onmiddellijk harde slagen uit. Hij bezette zonder noemenswaardig verzet Toul en Verdun. Voor Metz is er even gevochten, doch al spoedig was die stad zijn buit.

Goed voorzien van de benodigde gelden trok Maarten van Rossum naar Gelderland. Liet de vanen wapperen, werftrommen roffelen en uit steden en dorpen, uit de kasteelen en de gehuchten snellen ze toe: de strijders, die onder zijn vanen zullen oprukken tegen de gemeenschappelijke vijand. Ridders, edellieden, schildknapen, huislieden, poorters, allen onderwerpen zich volgaarne onder zijn bevel.

In den winter van 1551/1552 ordent hij zijn troepen in de winterkwartieren bij Mechelen.

In het voorjaar van 1552 rukt hij op naar Frankrijk. Het is een statige, krachtige troepenafdeling die naar het zuiden trekt. Ze vervult de fransen met zorg. Men kent daar de naam van Maarten van Rossum. Men weet wat hij waard is. En de franse bevolking in het noorden leerde hem nu persoonlijk kennen.

Hendrik II belegerde Straatsburg. Achter zijn rug viel Van Rossum de Champagne binnen. Hij berende met zijn troepen de sterke stad Estenay aan de Maas gelegen en maakt er zich meester van. Hendrik II haastte zich het beleg op te breken en heroverde spoedig Estenay. Hij kon niet verhinderen dat Maarten van Rossum het land te vuur en te zwaard vernietigde. Maarten van Rossum trok nu naar Picardië en veroverde de steden Noyon, Nesse, Chaune, Roye en Fallembraine. Hij verspreidde schrik en ontzetting in die dichtbevolkte streek. De bevolking werd geplunderd, de kastelen van hun kostbaarheden beroofd. En dan...dan trekt hij op naar Parijs.

Een panische schrik maakte zich meester van de inwoners van Parijs. ´Een koorts en ijzeling´ op het lijf, zodat zij hun stad reeds als verloren beschouwden en door geen bevelen van ´t vluchten waren af te houden. Duizenden verlieten de stad en haastten zich te voet, te paard of in reiswagens naar het zuiden, waar zij het vege lijf hoopten te redden.

Het was loos alarm geweest. Van Rossum was niet van plan voor Parijs zijn hoofd te stoten. Hij veroverde nog wel de stad Hesdin, waar de bezetting na kortstondige verdediging aftrok met achterlating van het geschut en een grote hoeveelheid oologsmateriaal. Daarmee was het werk voor dat jaar afgelopen. Maarten van Rossum liet zijn troepen de winterkwartieren betrekken in Vlaanderen. In het volgende jaar werd de strijd weer begonnen. Van Rossum nam daaraan geen deel. De Keizer heeft hem voor bewezen diensten benoemd tot gouverneur van Luxemburg. Hij was daardoor in de onmiddellijke nabijheid van het oorlogstoneel en kon indien nodig ogenblikkelijk ingrijpen.

 

verder, aflevering 38 terug, aflevering 36