(4) Opzoek naar Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld......en de slag bij

Nieuwpoort....een slecht begin voor Maarten

Het eerste krijgsbedrijf waarvan we met zekerheid weten dat Maarten van Rossum er aan heeft deelgenomen was een inval in Holland in het jaar  1516.

 

De aanleiding: "In mei 1515 had George van Saksen afstand gedaan van zijn rechten op Friesland ten gunste van Karel V. Daarop waren onderhandelingen begonnen over een wapenstilstand tusschen Karel V en Karel van Gelre. Frans I, koning van Frankrijk was daarbij opgetreden als bemiddelaar. Beide partijen hadden op dat oogenblik vrede noodig, ze waren op het eind van hun krachten gekomen. Geen van beiden was echter van zins zijn rechten op te geven. De haat was echter te groot; telkens laaide de oorlog weer op. De Gelderschen maakten de Zuiderzee onveilig, in Friesland drongen Hollandsche troepen de Gelderschen terug. Op weerwraak bedacht deden dezen toen een aanval op Holland.

Op 28 augustus 1516 reden een aantal Geldersche edelen, Maarten van Rossum was er ook bij, naar Nieuwpoort, tegenover Schoonhoven.

Nieuwpoort had een klein garnizoen, de edelen bijgestaan door een aantal voetknechten bestormden het stadje, dat zich weldra gewonnen gaf. Nieuwpoort zou een invalsbasis voor Holland worden (vanuit Geldersch perspectief).

De stadhouder van het gewest Holland, graaf Hendrik III van Nassau Heer van Breda, kon dit echter niet dulden. Met een sterke troepenafdeling rukte hij op. Het stadje werd omsingeld en spoedig waren de gevechten begonnen. Het was voor de Gelderschen duidelijk dat zij het onderspit moesten delven. Ze besloten een uitval te doen en te trachten zich door den vijand heen te slaan. De Hollanders hadden dat voorzien. 

De eenige weg die uit Nieuwpoort naar het Oosten voerde werd opgegraven. Veertien dagen had de vijand de stad belegerd en nu zou de beslissing vallen. In den vroegen morgen van den 9e september werd de Oostpoort geopend. De bezetting trok er uit. Voorop de edelen in volle wapenrusting, daarachter de voetknechten. Een kwartier buiten Nieuwpoort kwamen ze aan de versperring. De weg was overstroomd en links en rechts hadden de Hollanders zich ingegraven. Het was onmogelijk door te breken. De ruiters waren niet in staat met hun zware wapenrusting over de met water gevulde voord te zwemmen. Ze werden gevangen genomen. Maarten van Rossum was echter niet van plan hun voorbeeld te volgen. Hij zag dat de voetknechten links en rechts over de slooten sprongen of daar doorheen waadden en vervolgens over de weiden en tusschen de wilgebosschen een goed heenkomen zochten. Hij aarzelt geen oogenblik, ontdoet zich inderhaast van zijn wapenrusting, dan slaat hij met zijn breed slagzwaard een paar mannen, die hem de weg willen versperren neer en plonst met zijn paard in het opspattende water. Spoedig is hij aan de overzijde, waar hij vereenigt met de voetknechten, die van alle zijden zijn komen aanrennen en weldra is hij in veiligheid. Door het oog van een naald gekropen. Den gevangenen wachtte een treurig lot. Karel van Gelre wilde niet erkennen dat Nieuwpoort op zijn bevel  veroverd was. De gevangenen werden dus als roovers beschouwd, tien hunner werden opgehangen, zeven werden er met het zwaard terechtgesteld."

Saillant detail: De wapenrusting die Maarten van Rossum achter heeft moeten laten krijgt hij na een jarenlange juridische procedure in 1519 vergoed.

 
 
verder, aflevering 5 terug, aflevering 3