(7) Opzoek naar Maarten van Rossum Heer van Poederoyen en de rest van de wereld.....ten strijde te samen met Grote Pier......
 
 
Hertog Karel van Gelre zit vaster en vaster in het zadel zo zeer zelfs dat de Vetkoopers uit Friesland een beroep op hem doen om de  Bourgondische (Hollandse) Friesen eens een lesje te komen leren.....
 

 

Met zijn nieuwe ros en het mijne rijden Maarten en ik naar Valkhof in Nijmegen.....waar Hertog Karel van Gelre op dat moment woont..... 
en zijn jonge veldheer in spe ....Maarten van Rossum.....en mij....ontvangt......alwaar we de opdracht krijgen om naar Friesland te gaan om de Vetkoopers te gaan helpen......we schrijven 1517....
 
Karel zegt dat we steun moeten zoeken bij Grote Pier......hij heeft de manschappen die je nodig zult hebben......en bedenk zelf maar een strategie om de Hollanders een lesje te leren.........Hertog Karel wenst ons veel succes.......
 

 

de enige foto van Grote Pier....... 
Wie was Grote Pier, waarom en hoe kwam hij met de Gelderse Veldheer Maarten van Rossum in contact......
 

 

Grote Pier, of Pier Donia, want zo heette hij eigenlijk, leefde op een zathe aan de Arumerdijk ten oosten van Kimswerd. Hij werd Grote Pier (of in het Fries Greate Pier) genoemd om zijn voorkomen.  
Pier Donia leefde vreedzaam in Kimswerd, voor zover dat in het begin van de zestiende eeuw mogelijk was. In 1498 hadden de in het nauw verkerende Schieringers de bemiddeling ingeroepen van de Duitse keizer Maximiliaan. Deze zond hertog Albrecht van Saksen, die een voorlopig einde maakte aan de wrede burgeroorlog tussen Schieringers en Vetkopers (twee partijen die elkaar lange tijd bestreden in Friesland).  De hertogen stelden een centraal gezag in, dat echter lang niet door iedereen in Friesland werd verwelkomd. Er ontstond op een breed front een door Vetkopers geleid verzet. Georg van Saksen haalde vervolgens huursoldaten naar Friesland. Dat leger werd de Zwarte Hoop genoemd, omdat de soldaten vanwege hun slechte betaling tot plunderingen overgingen.
De Vetkopers riepen hierop Karel van Gelre te hulp. Die landde met een strijdmacht van 700 man bij  Stavoren, en kreeg veel Friezen op zijn hand. Albrecht van Saksen en zijn opvolgers, die al zoveel geld in de Friese zaak hadden gestoken, trokken zich toen terug, en gaven Friesland terug aan de keizer. Die besteedde de oorlog tegen de Friezen uit aan de Hollandse graaf. De keizer nam ook de Zwarte Hoop onder zijn hoede. Karel van Gelre stond nu tegenover de veel sterkere Bourgondisch-Habsburgse macht.

KIMSWERD GEPLUNDERD

In januari 1515 plunderde een grote groep Franekers en BourgondiŽrs (Hollanders) Kimswerd. Bij die plundering gingen veel boerderijen en de kerk van het dorp in vlammen op. Pier Donia moet hierop in grote woede zijn ontstoken.  'Ende hy was froem ende fel op die vianden, mer hy was redelyk van herten als een Kersten man, want hy hadde een guede meyninck; want sin meyninghe was om Vry ende Fryes te wesen, ende omt lant in guede staet te brenghen ende toe holden, want hy hadde lieuer by sin ploech ghegaen dan hy gheorlicht hadde, hadde hy sin lant myt freede moeghen bouwen ende bewonen.'
Volgens sommigen zou er nog meer hebben meegespeeld. Pier zou al de nodige tegenslagen hebben beleefd, voordat zijn boerderij in januari 1515 werd platgebrand. Zo werd er ook verondersteld, dat zijn vrouw en kinderen bij deze of een eerdere plundering om het leven waren gekomen. Pier verzamelde enkele honderden door de plunderingen tot de bedelstaf gebrachte mannen uit Kimswerd en omgeving om zich heen en zij gingen, bezield van wraak op de Bourgondisch-Hollandse Zwarte Hoop de zee op.

Enkele jaren lang waren Pier Donia en zijn mannen de schrik van de Zuiderzee. Pier noemde zich 'Verwoester der Denen, wreker van Bremen, aanhouder der Hamburgers, het kruis der Hollanders.' In zijn proclamaties beschreef hij zichzelf volgens de overleveringen als 'Grote Pier, Coninc van Friesland, Hartog van Sneek, Graaf van Sloten, Vrijheer van Hindeloopen, Capiteyn-Generaal van de Zuiderzee.' In 1517 brandde hij Medemblik plat. Zijn strooptochten voerden hem tot diep in alle gewesten rondom de Zuiderzee.

GRUWELIKEN VAN AENSYEN

Peter van Thabor schreef.  'Van deese Pier was grote spraeck in Hollant, in Brabant ende in ander landen, van sin grote stercheit ende gruwelicheit, ende van sin grote oghen; ende sy maectent groter dant was; mer nochtans wasset een groet, swaert, man mit grote oghen, grote schouwer ende een groten baert, ende gruweliken van aensyen, sonderlingh als hy toernich was.'  Hier schuilt ongetwijfeld een stuk overdrijving in de beschrijving van Pier Donia, maar dat hij niet gemakkelijk voor zijn vijanden is geweest, zal duidelijk zijn.


Pier beschouwde zich aanvankelijk als een volgeling van Karel van Gelre, maar weldra moet hij doorgekregen hebben, dat Karel alleen maar aan zijn eigen belangen dacht. Donia trok zich terug en ging als burger in Sneek wonen. Zijn neef Wierd nam het commando over de vloot op zich en zette de oorlog tegen de BourgondiŽrs voort. Pier is op 28 oktober 1520 in Sneek overleden. Hij is vermoedelijk in de Grote kerk van Sneek begraven, maar zeker is dat niet. 

In 1517 steekt Maarten van Rossum met Grote Pier de Zuiderzee over........Medemblik wordt gebrandschat......en op advies van Maarten van Rossum en zijn assistent rukken we op naar Alckmaer, Amsterdam en  Nieuwpoort .....(onder Schoonhoven, de wraak van het jaar daarvoor.....) om een spoor van vernielingen door Holland te trekken..... en eindigen in Asperen.....waar onze manschappen zich te buiten gaan.....moord en doodslag.....maar ja wat wil je na zoīn raid door het gehate Holland......en met Asperen stond ook nog een rekening open.....plus hadden we glazen nodig om de zege te vieren.....

 
verder, aflevering 8 terug, aflevering 6