(9) .Historische beschrijving van Poederoyen

 

Gedurende de eerste eeuwen van onze jaartelling was de Bommelerwaard waarschijnlijk door de wisselende waterstanden niet permanent bewoond. Romeinen en Bataven maakten plaats voor Germaanse stammen in een rivierengebied waarvan de loop van de rivierarmen aanmerkelijk verschilden van de huidige stroombeddingen, in de hand gehouden tussen stevige dijken. Van Poederoijen zijn ons geen tastbare bewijzen in de vorm van bodemvondsten nagelaten waarmee we het ontstaan van het dorp kunnen verklaren. Pas in 815 wordt melding gemaakt van een landgoed met hoeve in "Podarwic", zoals de latijnse naam vermeld staat in een schenkingsakte van Balderic aan de abdij van Lorsch. De uitgang "wic" is niet vreemd, nog steeds zijn er ook in onze regio plaatsnamen bekend met deze uitgang, : Kerk­wijk, Rijs­wijk, Uit­wijk, plaatsnamen die duiden op een uitwijkmogelijkheid, een woonplaats in geval van watersnood. Later, in de eerste helft van de dertiende eeuw, lezen we over Puderoygen in de beschrijving van de goederen van de abdij van Berne. Deze uitgang is naderhand vervangen door ooijen. Een ooi is een laag gelegen stuk land langs de rivier, ook deze naam herkennen we nog in bijvoorbeeld de ooipolder. Over de oorsprong van het eerste deel van de naam lopen de meningen uiteen. Poeder zou kunnen slaan op de zandige grond langs de rivier.  Jan Bervaes uit Zaltbommel heeft allerlei namen en begrippen in het westen van de Bommelerwaard op een rijtje gezet. Hij vermoedt dat er nogal wat scandinavische elementen in zitten. het zou ons herinneren aan de tijd dat de Noormannen in ons land waren. De naam Podarwic zou volgens hem de wijk van de Pod's (een stam of volk) betekenen. Het meervoud van een scandinavisch woord is -ar, vandaar Podar(wic). De "o" wordt in het Scandinavisch als "oe" uitgesproken, vandaar Poeder(ooijen).2. HEREN VAN POEDEROIJEN In 1327 draagt Arnt van Puderoyen de burcht en de hoge heerlijkheid op aan de graaf van Gelre, die het in 1347 in leen geeft aan Arnt van Herlaer. Verschillende telgen uit de geslachten van Van Hemert en Van Rossem bezaten Poederoijen.  In 1518 krijgt onze Maarten dus Poederoijen in leen van Karel van Gelre.Dat er veel gevochten is rondom het kasteel Poederoijen is bekend; een bewijs dat dit stukje Bommelerwaard van belang is voor de regionale en de nationale geschiedenis.

 Het kasteel heeft vanaf de stichting, waarschijnlijk reeds rond het jaar 1000 vele “gezichten” gekend. Na verwoesting of afbraak werd het weer hersteld, nooit meer in de oude vorm zoals het oorspronkelijk werd gebouwd In 1493 werd in opdracht van Hertog Karel door Gerard van Weerdenburg het kasteel ingenomen en werd het slot leeggeroofd. In 1505 werd Poederoijen veroverd door de Bourgondiërs, spoedig daarna door Hertog Karel weer heroverd. In de strijd tussen Brabant (de Bourgondië­rs) Holland en Gelderland speelde het kasteel Poederoijen met zijn strategische ligging een belangrijke rol. Uit deze periode stammen ook de verhalen van de strooptochten van de zwarte bende (Snydewind). In 1518 werd de heerlijkheid Poederoijen weer beleend door hertog Karel van Gelder­land. Maarten van Rossem werd de nieuwe heer van Poederoijen. Dank zij deze ‘leen” heeft Maarten in de loop der jaren macht en aanzien gekregen. Hij liet het kasteel herstellen echter al in 1528 werd het door een groep ruiters uit Den Bosch met behulp van buskruit verwoest en in brand gestoken. Het kasteel is daarna door Maarten van Rossem weer hersteld. Naast dit kasteel hebben nog lang de resten van de middeleeuwse burcht gestaan. Helaas is uiteindelijk dit kasteel in 1672 in de Franse oorlog verwoest.Uit een geschiedenisboek gedrukt in 1741 onder de titel “tegenwoordige staat de vereenigde Nederlanden” citeren we het volgende: Een half uur gaans beneden Aalst aan den Maaskant, legt Poederoyen, een dorp en heerlykheid, in de Geldersche geschiedenissen inzonderheid vermaard, om het pragtig en sterk slot, dat ‘er by gebouwd was, en in verscheidene oorlogen veel geleeden hebbende eindelyk, in’t jaar 1672, op dat ‘er de Franschen niet in nestelen zouden, t’eenenmaal verwoest geworden is. Het was gebouwd op de grondslagen van een ouder huis, dat door Keizer Maximiliaan bemagtigd zynde, al in den jaare 1508 afgebroken werdt. Zy, die dit slot Castrum Puerorum of Kinderen Slot genoemd, en gewild hebben, dat het, ter gedagntenisse der vreemde geboorte van driehonderd vyf en zestig kinderen, door Margreet of Magteld, Graavinne van Hennenberg, t’eener dragt voortgebragt, gestigt zy, bouwen eene beuzelagtige naamreden op een nog beuzelagtiger verdigtsel. Sedert eenige jaren is hier een nieuw huis getimmert; ‘t welk egter in aanzien by het oude niet haalen kan.”

In 1999 

en 2000 zijn bij dijkverzwaringswerkzaamheden restanten van het kasteel blootgelegd.

 
 
verder, aflevering 10 terug, aflevering 8